De Lage Landen of Vlaanderen Een Socio-Culturele Brug naar Engeland Der was een bore van Gelderland, he was als dronck he could nyet stand’ (‘Er was een boer van Gelderland, hij zo dronken dat hij niet rechtop kon staan’)
De   Zeven   Verenigde   Provinciën   in   het   Noorden   oftewel   Holland,   het   huidige   België   en   een   aantal   grensgebieden   met   Frankrijk   en   Duitsland vormden   in   de   16e   eeuw   Vlaanderen   of   de   Lage   Landen   en   hadden   een   enorme   invloed   op   de   Engelse   economie.   Zij   inspireerden   de    cultuur op   het   Britse   eiland,   dat   steeds   machtiger   werd.   Dit   is   niet   verwonderlijk,   want   vele   Vlamingen   weken   uit   naar   Engeland,   omdat   zij   op   het continent vervolgd werden, door de Spaanse Inquisitie, omwille van hun geloofsovertuiging. Professor   John   J.   Murray,   beweert   in   zijn   boek   Flanders   and   England,   a   Cultural   Bridge,   the   Influence   of   the   Low   Countries   on   Tudor-Stuart Britain   (1985,   uitg.   Mercatorfonds),   dat   door   de   grote   migratiegolven   vanuit   Vlaanderen,   vooral   tijdens   de   regeerperiode   van   Elizabeth   I,   de Engelse    ‘vreemdelingen’    haat    begon,    omdat    er,    als    gevolg    van    hun    komst,    woningnood,    hongersnood    en    inflatie    ontstond.    Burgers protesteerden   tegen   zogenaamde   wandaden   van   de   buitenlanders   die   vaak   obscene   en   vernederende   verwijten   naar   het   hoofd   geslingerd kregen.   Zij   beweerden   bovendien   dat   zowel   Nederlanders   als   Walen   harteloze   dieven   waren   die   het   brood   uit   de   handen   van   weeskinderen rukten   en   hun   alle   werk   ontnamen.   Vlaamse   vrouwen   werden   bestempeld   als   hoeren.   Uit   een   fragment   van   het   toneelstuk   Sir   Thomas   More, geschreven   door   studenten,   blijkt   dat   de   Engelse   discriminatie   zeer   ver   ging.   Doll,   een   personage   uit   het   toneelstuk   zegt   duidelijk   wat   er   op haar lever ligt:                                                                                                            Vertaling:
Now let me tell the woman of this towne, No straunger yet brought Doll to lying downe: So long as I an Englishman can see Nor French nor Dutch shall get a kiss of me And when that I am dead for me to say I dyed in scorne ‘t be as straungers prey
Laat me de vrouwen van deze stad vertellen, Dat nog geen enkele vreemdeling Doll heeft platgekregen: Zolang ik een Engelsman kan zien Krijgt noch een Fransman, noch een Hollander een kus van mij En als ik dood ben dan kan ik zeggen Dat ik gestorven ben zonder ten prooi te zijn gevallen aan een vreemdeling
De legende maakt de grenzen duidelijk en de hoofdstad. 'Je Maintiendrai of 'Ik zal me handhaven'  is de wapenspreuk van Willem van Oranje maar wordt sinds 1815 gebruikt als huidige wapenspreuk. Een autodafe verwijst naar een 'handeling van het geloof'. In het oud-Spaans is het Auto Da Fé. Op dit schilderij ziet u hoe mensen worden gestraft door de Inquisitie. Vandaag de dag wordt Autodafe meestal geassocieerd met de brandstapel. Mogelijk is dit schilderij een verwijzing naar het ongunstige politieke klimaat voor de opstand, of naar de vele oorlogen van Karel V.
The Montgomery International Heritage Society (2017)